Alle vormenVideo

Kijken naar pratende mensen: waarom is dat soms leuk en vaak niet?

By maart 30, 2016 juni 18th, 2019 No Comments

p televisie en internet zien we steeds meer pratende mensen voorbijkomen. Waarom is dat soms leuk om naar te kijken maar vaak niet? En wat kunnen we eraan doen?

VAN GELUL KAN JE TELEVISIE MAKEN

“In gelul kan je niet wonen”, zei ooit de politicus Jan Schaefer. Maar van gelul kan je wél (web)televisie maken. Let maar eens op wat een enorm deel van de tv-programma’s en de video’s op internet bestaat uit mensen die aan het praten zijn. Zelfs voetbalcommentator René van der Gijp – zelf ook niet vies van een boompje opzetten – merkte laatst op dat er wel erg veel gepraat wordt op tv. Op internet is het nog veel extremer. Daar word je helemaal overspoeld door ‘talking heads’. Waarom is dat eigenlijk zo?

GOEDKOOP IS NIET HETZELFDE ALS GOED

Een belangrijke reden voor het vele gepraat is vrij banaal: het is de goedkoopste manier om (zend)tijd te vullen. Iemand steekt van wal en je bent zo een paar minuten verder. Ter vergelijking: een aflevering van de dramaserie Flikken Maastricht kost 200.000 euro om te maken, een aflevering van het praatprogramma (‘talkshow’) Buitenhof 30.000 euro. De kosten voor een interview of vlog op internet zijn daarmee vergeleken helemaal minimaal. En omdat er tegen lage kosten veel content moet worden gemaakt, zien we een explosieve toename van pratende mensen – met name online. Het probleem daarvan? We zijn vergeten dat praten niet altijd een goede manier is om een boodschap over te dragen.

HET ENE OOR IN, HET ANDERE OOR UIT

De realiteit is: pratende mensen zijn meestal niet zo boeiend. Deskundigen wijden vaak te lang uit en gebruiken te veel jargon. Politici praten wel, maar wat zéggen ze nou eigenlijk? En zeker op internet verschijnt tegenwoordig een eindeloze stroom video’s met managers, bestuurders, initiatiefnemers, wetenschappers, ondernemers, congresbezoekers, boeren, burgers en buitenlui die praten tot ze een ons wegen. Meestal is het oninteressant en vaak wordt het slecht bekeken. Ga maar na: hoe vaak word je echt opgewonden of ontroerd door iemand die praat? Wanneer blijft een onderwerp je echt bij? Praten voor de camera is een vak geworden, maar we zijn vergeten dat het eigenlijk een kunst is.

LEREN VAN DE BESTEN

Er zijn natuurlijk mensen die de kunst van het praten wél verstaan. Of liever gezegd: de kunst van het vertellen. Of het nu de video’s zijn op TED of Universiteit van Nederland, of René van der Gijp in de studio bij Voetbal Inside: je moet een verhaal hebben. Tegenwoordig heet dat ‘storytelling’, maar laat je niks wijs maken. Storytelling is niets anders dan wat mensen al tienduizenden jaren rond een kampvuur doen. Een paar vaste kenmerken van een goede verhalenverteller: bevlogenheid, authenticiteit, humor en het gebruiken van pakkende voorbeelden. En zoals bij alles geldt: hoe meer tijd je erin steekt, hoe beter het wordt. Sprekers bij TED oefenen hun TED-talk vooraf wel 200 keer. En dan zijn er nog de twee geheime ingrediënten die praten voor de camera echt interessant maken.

REDACTIE EN MONTAGE

Wist je dat je op camera maar 10% ziet van wat er daadwerkelijk gebeurt? 90% van de tijd en het geld gaat naar twee ingrediënten die pas echt bepalen of een pratend persoon interessant is om naar te kijken: redactie en montage. Redactie is het proces van kiezen wie er in beeld verschijnt. Bij live praatprogramma’s zoals De Wereld Draait Door zijn ze als de dood dat een gast saai is of dichtklapt. Daarom zitten er altijd dezelfde mensen die bewezen hebben dat ze goed op camera kunnen praten (maar die mij persoonlijk niet meer kunnen boeien). Montage is het proces van kiezen wat de mensen in beeld zeggen – uiteraard alleen wanneer het programma niet live is. Montage is een vrij drastisch proces. Zo blijft er van 100 uur ruw beeldmateriaal soms maar 1 uur over in een documentaire. Mede daarom is een documentaire-programma zoals Tegenlicht met 90.000 euro per aflevering alweer drie keer zo duur als Buitenhof.

WIE BETAALT, BEPAALT

Het gebrek aan goede redactie en scherpe montage verklaart grotendeels waarom zoveel video’s op internet stijf staan van oninteressante talking heads. En voor dat gebrek zijn weer twee verklaringen te geven. De eerste noemde ik al eerder: er is relatief weinig budget voor het maken van online video. De tweede verklaring is dat veel video’s op internet gemaakt zijn in opdracht van een bedrijf of organisatie. Dan heb je nu eenmaal niet de vrijheid die je als journalist wel hebt. Wil een matige spreker in de video uitgebreid een saai verhaal vertellen? Je kan adviseren het niet te doen, maar uiteindelijk geldt: wie betaalt bepaalt. Gelukkig kan je ook een alternatief voorstellen.

GETEKENDE BEELDEN IN PLAATS VAN PRATENDE HOOFDEN

Zo kun je animaties gebruiken in plaats van talking heads (en dat hoeft niet heel duur te zijn). Animaties zie je steeds vaker, zoals bij Kurz Gesagt, The School of Life en RSA. Uit onderzoek van die laatste blijkt dat mensen die naar animaties kijken in plaats van talking heads hetzelfde verhaal leuker vinden om naar te kijken, meer feitelijke informatie onthouden en vaker bereid zijn om de video te delen. Wat je ook kan doen om pratende mensen interessanter te maken, is een heel strak en duidelijk format hanteren. Dat zie je bijvoorbeeld bij het tv-programma Kijken in de Ziel. Eén beroepsgroep, twaalf geïnterviewden en meester-interviewer Coen Verbraak die ze scherpe vragen en dilemma’s voorlegt. Het maakt Kijken in de Ziel al jarenlang verreweg de meest interessante praattelevisie.

SPREKEN IS ZILVER, EEN INTERESSANT VERHAAL VERTELLEN IS GOUD

Samenvattend: we weten nu waarom er zoveel pratende mensen op tv en internet te zien zijn. We weten ook waarom dat soms leuk is om naar te kijken, maar vaak niet. En we weten ook wat we eraan kunnen doen. Ten eerste kunnen we proberen betere verhalenvertellers te worden. Ten tweede kunnen we kijken naar alternatieven voor talking heads. En ten derde – maar dit is echt vloeken in de kerk – kunnen we ook proberen om gewoon wat minder content te maken en daar wat meer tijd, geld en aandacht aan te besteden…

Wie doet er mee?

Public Cinema helpt organisaties optimaal te presteren door beeld in te zetten. Op deze kennisbank delen we inzichten die jouw organisatie daarbij kunnen helpen. Neem contact op om eens verder te praten over onze inzichten en jouw organisatie.

MEER LEZEN?

p televisie en internet zien we steeds meer pratende mensen voorbijkomen. Waarom is dat soms leuk om naar te kijken maar vaak niet? En wat kunnen we eraan doen?

VAN GELUL KAN JE TELEVISIE MAKEN

“In gelul kan je niet wonen”, zei ooit de politicus Jan Schaefer. Maar van gelul kan je wél (web)televisie maken. Let maar eens op wat een enorm deel van de tv-programma’s en de video’s op internet bestaat uit mensen die aan het praten zijn. Zelfs voetbalcommentator René van der Gijp – zelf ook niet vies van een boompje opzetten – merkte laatst op dat er wel erg veel gepraat wordt op tv. Op internet is het nog veel extremer. Daar word je helemaal overspoeld door ‘talking heads’. Waarom is dat eigenlijk zo?

GOEDKOOP IS NIET HETZELFDE ALS GOED

Een belangrijke reden voor het vele gepraat is vrij banaal: het is de goedkoopste manier om (zend)tijd te vullen. Iemand steekt van wal en je bent zo een paar minuten verder. Ter vergelijking: een aflevering van de dramaserie Flikken Maastricht kost 200.000 euro om te maken, een aflevering van het praatprogramma (‘talkshow’) Buitenhof 30.000 euro. De kosten voor een interview of vlog op internet zijn daarmee vergeleken helemaal minimaal. En omdat er tegen lage kosten veel content moet worden gemaakt, zien we een explosieve toename van pratende mensen – met name online. Het probleem daarvan? We zijn vergeten dat praten niet altijd een goede manier is om een boodschap over te dragen.

HET ENE OOR IN, HET ANDERE OOR UIT

De realiteit is: pratende mensen zijn meestal niet zo boeiend. Deskundigen wijden vaak te lang uit en gebruiken te veel jargon. Politici praten wel, maar wat zéggen ze nou eigenlijk? En zeker op internet verschijnt tegenwoordig een eindeloze stroom video’s met managers, bestuurders, initiatiefnemers, wetenschappers, ondernemers, congresbezoekers, boeren, burgers en buitenlui die praten tot ze een ons wegen. Meestal is het oninteressant en vaak wordt het slecht bekeken. Ga maar na: hoe vaak word je echt opgewonden of ontroerd door iemand die praat? Wanneer blijft een onderwerp je echt bij? Praten voor de camera is een vak geworden, maar we zijn vergeten dat het eigenlijk een kunst is.

LEREN VAN DE BESTEN

Er zijn natuurlijk mensen die de kunst van het praten wél verstaan. Of liever gezegd: de kunst van het vertellen. Of het nu de video’s zijn op TED of Universiteit van Nederland, of René van der Gijp in de studio bij Voetbal Inside: je moet een verhaal hebben. Tegenwoordig heet dat ‘storytelling’, maar laat je niks wijs maken. Storytelling is niets anders dan wat mensen al tienduizenden jaren rond een kampvuur doen. Een paar vaste kenmerken van een goede verhalenverteller: bevlogenheid, authenticiteit, humor en het gebruiken van pakkende voorbeelden. En zoals bij alles geldt: hoe meer tijd je erin steekt, hoe beter het wordt. Sprekers bij TED oefenen hun TED-talk vooraf wel 200 keer. En dan zijn er nog de twee geheime ingrediënten die praten voor de camera echt interessant maken.

REDACTIE EN MONTAGE

Wist je dat je op camera maar 10% ziet van wat er daadwerkelijk gebeurt? 90% van de tijd en het geld gaat naar twee ingrediënten die pas echt bepalen of een pratend persoon interessant is om naar te kijken: redactie en montage. Redactie is het proces van kiezen wie er in beeld verschijnt. Bij live praatprogramma’s zoals De Wereld Draait Door zijn ze als de dood dat een gast saai is of dichtklapt. Daarom zitten er altijd dezelfde mensen die bewezen hebben dat ze goed op camera kunnen praten (maar die mij persoonlijk niet meer kunnen boeien). Montage is het proces van kiezen wat de mensen in beeld zeggen – uiteraard alleen wanneer het programma niet live is. Montage is een vrij drastisch proces. Zo blijft er van 100 uur ruw beeldmateriaal soms maar 1 uur over in een documentaire. Mede daarom is een documentaire-programma zoals Tegenlicht met 90.000 euro per aflevering alweer drie keer zo duur als Buitenhof.

WIE BETAALT, BEPAALT

Het gebrek aan goede redactie en scherpe montage verklaart grotendeels waarom zoveel video’s op internet stijf staan van oninteressante talking heads. En voor dat gebrek zijn weer twee verklaringen te geven. De eerste noemde ik al eerder: er is relatief weinig budget voor het maken van online video. De tweede verklaring is dat veel video’s op internet gemaakt zijn in opdracht van een bedrijf of organisatie. Dan heb je nu eenmaal niet de vrijheid die je als journalist wel hebt. Wil een matige spreker in de video uitgebreid een saai verhaal vertellen? Je kan adviseren het niet te doen, maar uiteindelijk geldt: wie betaalt bepaalt. Gelukkig kan je ook een alternatief voorstellen.

GETEKENDE BEELDEN IN PLAATS VAN PRATENDE HOOFDEN

Zo kun je animaties gebruiken in plaats van talking heads (en dat hoeft niet heel duur te zijn). Animaties zie je steeds vaker, zoals bij Kurz Gesagt, The School of Life en RSA. Uit onderzoek van die laatste blijkt dat mensen die naar animaties kijken in plaats van talking heads hetzelfde verhaal leuker vinden om naar te kijken, meer feitelijke informatie onthouden en vaker bereid zijn om de video te delen. Wat je ook kan doen om pratende mensen interessanter te maken, is een heel strak en duidelijk format hanteren. Dat zie je bijvoorbeeld bij het tv-programma Kijken in de Ziel. Eén beroepsgroep, twaalf geïnterviewden en meester-interviewer Coen Verbraak die ze scherpe vragen en dilemma’s voorlegt. Het maakt Kijken in de Ziel al jarenlang verreweg de meest interessante praattelevisie.

SPREKEN IS ZILVER, EEN INTERESSANT VERHAAL VERTELLEN IS GOUD

Samenvattend: we weten nu waarom er zoveel pratende mensen op tv en internet te zien zijn. We weten ook waarom dat soms leuk is om naar te kijken, maar vaak niet. En we weten ook wat we eraan kunnen doen. Ten eerste kunnen we proberen betere verhalenvertellers te worden. Ten tweede kunnen we kijken naar alternatieven voor talking heads. En ten derde – maar dit is echt vloeken in de kerk – kunnen we ook proberen om gewoon wat minder content te maken en daar wat meer tijd, geld en aandacht aan te besteden…

Wie doet er mee?

Public Cinema helpt organisaties optimaal te presteren door beeld in te zetten. Op deze kennisbank delen we inzichten die jouw organisatie daarbij kunnen helpen. Neem contact op om eens verder te praten over onze inzichten en jouw organisatie.

MEER LEZEN?